KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP (31) „Ik weet" zoo hoorden we Wormser zeggen „dat ik door het aantasten van dit stelsel van onmiddellijke en buitengewone verzekering, in de oogen van sommigen een soort van heiligschennis bega". Maar ik weet óók, dat dit stelsel bij ...
Geestelijke opbouw
Er Is dus een verbondsbetrekking tusschen God en de kinderen der Gemeente. En de kinderen der Gemeente moeten dan ook op grond van het Verbond gedoopt worden. Van dat Verbond Gods moeten we met vrijmoedigheid spreken, vooral ook bij den Doop. En wel mogen we dan, vóór de doopsbediening, als Gemee ...
De Verbondsbetrekking en de Kinderdoop
Er is van Godswege een verbondsonderscheiding onder de menschen. Die onderscheiding berust van Gods zijde op Zijn goddelijk welbehagen. De Heere heeft Abraham uit Ur der Chaldeën niet uitverkoren om te worden de vader der geloovigen, om redenen, aan Abram ontleend, maar enkel en alleen naar oor ...
De Kinderdoop VERBOND EN DOOP
DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP (35) Wormser is op z'n sterkst, hij staat op als een profeet onder het volk, om luide zijn stem te doen hooren, sprekende Gods Woord en Gods getuigenis (tot de Wét en de Getuigenis !), als hij het heeft over het genadeverbond, door God met Abraham en zijn za ...
DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP (36)
DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP (36) Na het gebed vóór den Doop, spreekt Wormser dan over het dankgebed na den Doop. „Daarom" — zoo schrijft hij; — „daarom ook dankt de Gereformeerde Kerk na volbrachten Kinderdoop, gedachtig aan de uitdelging der zonden van de gansche Kerk door het éenige ...
DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP 37
DE KINDERDOOP VERBOND EN DOOP (37) De pas gedoopte en opwassende kindertjes zijn de teedere ranken in Christus. Of zij in Hem zullen blijven, of zij vrucht zullen dragen ? Dat weten wij niet. God weet het, die alle dingen bestuurt naar den raad van Zijn wil (Efeze 1 v ...